Actieplan voor verouderde vakantieparken

In het ene vakantiepark moet geïnvesteerd worden om het meer van deze tijd te maken en het andere park moet misschien permanent bewoonbaar worden. Volgens Gedeputeerde Staten is het tijd voor een actieprogramma om iets te doen aan zogeheten niet-vitale vakantieparken. Maar dat moeten de parkeigenaren zelf doen.

GESCHREVEN DOOR Serge Vinkenvleugel Serge Vinkenvleugel

Veel vakantieparken hebben volgens Gedeputeerde Staten hetzelfde probleem als sommige woonwijken en bedrijventerreinen: ze zijn niet meer van deze tijd.

Bijna de helft is verouderd

Onderzoek heeft uitgewezen dat 42 procent van de Drentse vakantieparken niet vitaal is. In totaal gaat het dan om 5.400 vakantiehuisjes, dat is 19 procent van alle recreatiewoningen in Drenthe.

Een bijna even groot deel (40 procent) is wel van deze tijd. Slechts 3 procent van de parken behoort tot de top, tegenover gemiddeld 6 procent in heel Nederland. Doel is een halvering van het aantal niet-vitale parken en een verdubbeling van het aantal topvakantieparken in Drenthe.

Samen met parkeigenaren

"De provincie en alle gemeenten willen parkeigenaren daarbij helpen. Vooral met kennis, begeleiding, menskracht en middelen. Samen kunnen we toekomstplannen voor een park maken. Dat kan ook betekenen dat een park een heel andere functie kan krijgen, bijvoorbeeld zorg", aldus gedeputeerde Henk Brink.

Om vakantieparkeigenaren te helpen, komt er een Actieprogramma Vitale Vakantieparken en een zogenoemde taskforce, waarin de provincie, gemeenten en brancheorganisatie RECRON samenwerken.

Beperkte hulp bij investeren

Als een vakantiepark investeert, kan het beperkt gebruikmaken van een financieel steuntje in de rug. Met een deellening tegen een lage rente kan een recreatieondernemer bijvoorbeeld een onrendabele investering, die wel goed is voor het park, makkelijker doen.

Investeren in de recreatie is volgens Gedeputeerde Staten nodig als Drenthe vrijetijdsprovincie nummer één wil worden. De recreatiesector zorgt voor veel werkgelegenheid maar ook voor leefbaarheid op het platteland.